![]() Bron: Jaap Mulder |
Het is allemaal begonnen met de rapportage ‘Kansen voor de Boommarter in Noord-Brabant, welke SHGWiu in 2006 publiceerde. Dit rapport vormde aanleiding voor de boommarterwerkgroep van de Zoogdiervereniging VZZ om SHGWiu te benaderen met een bijzondere vraag. Namelijk of Het Groene Woud wilde meewerken aan het huisvesten van zes jonge boommarters. Deze vondelingen - afkomstig van de Veluwe - moesten op korte termijn ergens worden ondergebracht.
Op 1 oktober zijn de boommarters in twee uitwenkooien naar Het Groene Woud verhuisd. Nadat de zoogdiervereniging VVZ goedkeuring van het ministerie van LNV had ontvangen op de ontheffingsaanvraag zijn de zes boommarters in vrijheid gesteld. Vanwege mogelijke verstoring is hier geen enkele ruchtbaarheid aan gegeven.
Wettelijke kaders en onderzoek
Na het verzoek van Zoogdiervereniging VZZ is op initiatief van SHGWiu overleg gevoerd met de terreinbeherende organisaties in Het Groene Woud. Uit dit overleg is steun voor het project naar voren gekomen, mits het project voor 100% binnen de wettelijke kaders zou plaatsvinden én er een goed onderzoek aan gekoppeld zou worden.
Het onderzoek wordt uitgevoerd door Bureau Mulder-natuurlijk in samenwerking met de Zoogdiervereniging VZZ. Zij rijden in een auto met een draaibare antenne op het dak rond in het gebied om informatie te verzamelen over hoe de boommarters het landschap gebruiken, waar de uitgezette dieren heen gaan en hoe boommarters wegen oversteken. Het onderzoek moet ertoe bijdragen dat in de toekomst doeltreffender maatregelen kunnen worden genomen voor het voortbestaan van de boommarter. De provincie Noord-Brabant is financier en de natuurbeheerorganisaties ondersteunen het onderzoek.
Hoe leven boommarters?
Boommarters leven vooral in het bos. Overdag slapen ze meestal in een vogelnest, een boomholte of in de dichte kruin van een spar. 's Nachts lopen ze rond op zoek naar voedsel. Ze eten muizen, jonge konijnen, vogels, bessen, fruit en grote insecten. Elke boommarter heeft een eigen leefgebied van 1 tot 3 km², waaruit soortgenoten van hetzelfde geslacht worden geweerd. De leefgebieden van mannetjes en vrouwtjes overlappen elkaar wel. Door dit territoriale gedrag kunnen er nooit erg veel boommarters in één bosgebied leven.
De boommarter wordt vaak verwisseld met de steenmarter, maar er zijn toch wel verschillen. De boommarter heeft wat grotere, spitsere oren, een donkerbruine neus, meestal een duidelijk gele bef (lichte plek op de hals en borst) en donkergrijs onderhaar. De steenmarter heeft een bijna witte ondervacht, wat rondere oortjes, een roze neus en een witte tot lichtgele bef. Overigens zijn beide dieren (max. 81 cm) een stuk groter dan een bunzing (max. 63 cm.).